jun 7, 2018 - Aktueel, Proza, Schiderijen    No Comments

Het Huis dat Kraakte

Het huis dat kraakte 2

Het huis dat kraakte dat het een lieve lust was.

Vroeger, stel ik me zo voor, kraakten alle huizen of liever gezegd de houten vloeren en zolders. Voor een houten huis kraakt moet het hard waaien; bij een zuchtje hoor je niets. Als het wat harder te keer ging, hoorde je de binten van de zoldering, het klapperen van ramen en deuren in hun sponningen. De kieren in de kozijnen gierden en zorgden voor een sfeer van spanning en horror of melancholie. Het kraken van huizen kon je aantreffen in oude panden zoals een oude mannenhuis, museums voor volkenkunde, kerken met hun koren, wenteltrappen en krakkemikkige orgels.

Takken kraken als ze nog aan de bomen vastzitten maar ook als erop getrapt wordt door wandelaars in het bos of park als ze los verspreid op de grond liggen. De natuur kraakt, de tijd verglijdt, de mens vergaat. Het is de leeftijd en de ouderdom die kraakt en kondigt onheilspellend komende gebeurtenissen aan. De onontkoombare slijtage van levend materiaal. Het leven duurt enkele jaren meer of minder, afhankelijk van het karakter van de houder waar het in woont of verblijft.

Soms wordt het ’s nachts zo stil dat je er wakker van wordt en je slapeloos  terneer ligt, verpletterd door de lege zintuiglijkheid die leeg  blijft. Je ziet bijna niets, je hoort niets. Wat kan toenemen is het gevoel en de tastzin. Als je jong bent en afgepeigerd door het werk slaap je wel door tot de vroege ochtend. Later als je wat ouder bent geworden, heb je minder aan je hoofd; minder moe en gespannen is de kans wakker te worden groter. De zintuiglijkheid die wegvalt wordt ingevuld door het denken en gepieker over het leven en de dood, over je kinderen en kleinkinderen, de toekomst van de generaties en de wereld,. Ook kan hierdoor de kunst om de hoek komen kijken in de vorm van ideeën over proza en poëzie zoals het onderhavige verhaaltje met overpeinzingen. Het verschil tussen de wereld van de zintuigen en de associaties daarover betekent voor mij het onderscheid van de oude filosofie tussen object en subject oftewel de binnenwereld en de buitenwereld. De cultuur verschijnt waar de natuur terugwijkt, zou je kunnen  zeggen.

Als het huis of de trap kraakt is dat een fenomeen in de buitenwereld, een inbreker, een medebewoner, onheil of voorspoed, dat weet je niet zo vlug. Omdat te weten te komen, moet je waakzaam blijven uitluisteren met gespitste oren. Ondertussen heb je kans dat overdenkingen opgang komen over resten van de dag, van gebeurtenissen en voorvallen, of herinneringen daaraan.

Op een gegeven moment kraakt het huis niet meer. De buitenwereld valt weg. Er blijft alleen de aandacht voor de binnenwereld en wat zich daar afspeelt. De zintuigen zijn en blijven leeg. De schrik die een mens om het hart slaat, is een angstig beleven van wat er nu omgaat in de ziel. Eerst is er een leegte, maar een gespannen leegte die bang maakt. Opluchting als blijkt dat er een vergissing in het spel is, een illusie. Je hoort of ziet toch nog weer wat. Maar als dat niet het geval is, tast men in het duister en bevraagt zichzelf wat er aan de hand kan zijn.

‘Heeft mijn laatste uur geslagen, staat het afscheid voor de deur.’

Zo lang men ziek is, of pijn lijdt, zijn er indrukken als teken van voortgaande aandacht, dan wel gevoelens en expressies die opgang komen, tekenen van verwerken, het terugkomen in de herinnering van vroegere blessures of juist geschenken of aldus ervaren gebeurtenissen. De laatsten zorgen voor positieve reacties of stemmingen, de eersten aan hele reeksen nare emoties van opwinding en reacties op gedane zaken, waar niets meer aan te veranderen valt, hetgeen tot bitterheid of zelfs wanhoop  kan leiden maar ook tot tevredenheid. Maar hoe vaak zal men dat laatste zijn, tevreden en wel in voldoende mate? Of ten prooi vallen aan twijfel, schuldgevoel of schaamte?

Het kan een kunstzinnige schets, een tekening, een schilderij, een kaart worden van vele lijnen, vlakken en kleuren om greep te krijgen op het leven, de natuur stel ik me zo voor. Ieder mens heeft hier vroeg of laat mee te maken. Wat is geldig, waardevol, zinvol?  Wat kan of wil ik er nog aan veranderen voor ik besluit heen te gaan? Het verschil in woordkeuze kan verwijzen naar daden die al dan niet nog gesteld kunnen worden voordat de huis-, tuin- en keukenschilder die ik zelf ben, verdwijnt door het openstaande dakraam als grafsymbool van het huis, de piramide van terugtrekken in het gesteente van de elementen van moeder aarde en de kosmos, terug naar stralingen en energieën, de logos die oplost , terugkeert naar huis.   ( zie gedicht Het Afscheid) 780 woorden

 

In de loop van het leven bij het ouder worden, wordt de vitaliteit minder. De energie die overblijft gaat niet zitten in de lichamelijke activiteiten van de schilders op het dak of andere professionele acties. Schilders van daken kunnen ook zorgen voor krakende binten en balken maar dit even buiten beschouwing gelaten. De energie gaat zitten aan de binnenkant van de schedel. De energie als denkenergie, elektriciteit, aangepaste snelheid van het licht, na de afkoeling van de radioactieve straling van de Big Bang. Deze stralingswarmte en krachtenergie zit verstopt en verscholen in de kleinste partikeltjes van de moleculen en atomen en in de lichtfotonen en golfpatronen van materievelden. Zo een veld zit ook in ons brein als een denkende deken van informatie, vormgevende energie van logische verbanden en verbindingen hetgeen ons in leven houdt als bewuste schepselen. Dat mijn hersenen kraken is een beeldspraak die goed aangeeft de activiteit die er plaats vindt. De kracht die moet worden aangewend om het proces van overwegingen plaats te doen vinden en tot een resultaat en afronding te kunnen komen.

En dan wordt het persoonlijk. De deken  van verbanden die ik spreid over mijn ervaringen is de wereld die ik vormgeef, die ik schep. Hier ontstaat mijn individualiteit. Mijn belevingen die ik kan verwoorden of niet. Die ik meedeel of niet afhankelijk van zin erin hebben, het willen of niet als vitale energie. Spreek ik me wel of niet uit, neem ik deel aan mijn omgeving? Hoeveel zin heb ik eigenlijk. Tot mijn schrik zijn dit momenten van inkeer in mijn privé wereld. Vaak heb ik er geen zin in. Misschien door een gebrek aan temperament, een zekere slapte die over me heen daalt, lafheid waar al dan niet een reden of oorzaak voor bestaat. Fysiologische of pathologische tekortkomingen. Als er wel een buitenwereld bestond, kan ik daarin zoeken in het verleden naar een oorzaak, maar als de gebeurtenis van vroeger alle lust heeft doen wegvagen, dat ik er geen zin meer in heb, dan kan ik mezelf gedeprimeerd aantreffen als gevolg van verwondende voorvallen. De ontbrekende veerkracht en verminderde energie dat zelfs reeds de kunst en cultuur niet meer kan opwekken tot inspiratie, doet twijfelen en aarzelen of een begin vormen van meditatie of filosofie zolang ik daar dan nog wel de energie toe heb. Maar het kan allemaal te erg zijn geweest dat wat zich heeft voorgedaan, dat er niet over gesproken kan of mag worden. Bij wie te biechten gaan? Nog een gedicht schrijven, literatuur of kunst beoefenen? Er van afzien is dan maar beter voor de gemoedsrust in de hoop het leven nog even te kunnen rekken zonder er ziek van te worden. Zolang functioneren mogelijk is, blijft de vraag wel naar de kwaliteit van leven, lijkt het. Verdwijnt de gezondheid en de spirit en stelt zich de vraag naar euthanasie vroeg of laat. Nu al? Pinksterzondag 8 juni 2014 (68). De levensenergie wordt minder, is het ophouden van het kraken van een levende ziel de voorbode van het afscheid, mijn afscheid? 1299 wrdn

 

Involutie

Ouder worden doen we allemaal, moeten we allemaal. Het oprollen van de rode loper na het laatste galafeest, het inwikkelen van kostbaarheden in zilverpapier om ze te beschermen tegen aantasting en vergankelijkheid, het teruggeven van de geschenken en talenten, het omgekeerde van de ontwikkeling uit de jeugd en de kindertijd, van het frisse en soepele het inwisselen en retourneren van de eigenschappen van de geest, het scherpzinnige. De scherpe kantjes die er afgaan van de ziel, de emoties en de gevoelens die juist heftiger worden, angst en schrik. Het karakter en het skelet die zich scherper aftekenen bij het naderen van de eindstreep. Het vlees dat zich af oefent, het omgekeerde van zoals een baby zich inspant, maar dan omgekeerd. Ik word ontspannen, uitgespannen als een werkpaard uit zijn teugels, het werk is gedaan. Relax, geen zelfhypnose maar de trance door afnemende capaciteit of de fascinatie nieuwe afleiding of verleidelijke mogelijkheden en vergezichten. Eindelijk terug naar de vrijheid en de rust van de blauwe hemel, van zijn bewaarengel, van mijn god. De persoon die afsterft elke dag met tintelingen in de armen, lichamelijke pijntjes en psychische schrik en de sociale tekort schietingen als het afvallen van de gewaden, lijkwaden van het terugtrekken van het leven, het afvallen van de bladeren van de bomen in de herfst van het leven. De laatste taken als grootouders, grote kracht van inzicht en wijsheid, als het goed is, als het mag zonder tranen, het geschenk uit de hemel van toegenomen inzicht, de gezamenlijke maaltijd in het paradijs als afscheid, het ontkoppelen  van de beloftes afgelegd op naïeve momenten in het leven, illusies die hun functie  hebben gehad, hun taak verricht. Het afleggen van de wapens en de uitrusting van het nu overbodig geworden gereedschap. Het doet geen pijn meer, het is fijn. Mentale hoop op toekomstig geluk blijft aanwezig. Geloof wordt persoonlijk zeker weten dat de principes goed gekozen waren om mee te leven. Geruststelling over het weefsel van kosmische liefde, van er te mogen zijn. Radioactieve energie en warmte blijft ook als de hitte van het leven afkoelt, dodelijk getroffen. Het gezang van het ouder worden, zonder nog iets nodig te hebben, te zijn in het niets, terug naar af voor een nieuwe dans, van aanwezig te zijn. Of van alles het tegendeel, hetgeen voor het bewustzijn identiek is. Toch? Koe of geen koe, bijvoorbeeld. 1688 wrdn. Jan Nuyten /jbm

U kunt hier een reactie plaatsen!