mei 19, 2017 - Proza    1 Comment

As Uitstrooien

As uitstrooien

-Zijn jullie op tijd?, vraagt oma door de telefoon, -want het zal wel druk zijn op de weg en jullie moeten ook weer terug en er is storm voorspeld.

Oma rijdt geen auto, nooit gedaan, maar ze kent alle ins en outs van de weersomstandigheden en de situatie op de weg waar haar kinderen mee te maken krijgen, dat voorziet ze allemaal zeer precies. -Daar is ze oma voor, zal je zeggen, maar daar komt bij dat ze er nu alleen voor staat nu opa dood is.

Ze heeft alles zelf geregeld, de crematie en alles wat er bij komt kijken. –Maar dat doet de begrafenisondernemer allemaal al, dus daar hoeft ze helemaal niet over in te zitten, zal je zeggen. Maar oma is heel precies in die dingen. Ze wil het naadje van de kous weten en dan loopt ze zelf alles na zolang tot ze tevreden gesteld is en geen verdere vragen meer heeft. Hoewel het kan zijn dat ze opnieuw begint met vragen stellen als ze er een nachtje over geslapen heeft want dat werkt bij haar niet geruststellend zoals bij de meesten van ons in de familie. Van slapen rust oma niet uit ook al is ze moe naar bed gegaan. Ja, ze is moe en rust uit, maar daardoor krijgt ze juist nieuwe energie waardoor ze weer vragen kan stellen of nog eens op onderzoek uitgaat tot alles onder controle is.

Natuurlijk is niet iedereen op tijd aanwezig want de meesten van ons doen alles op het laatst. Ze hebben het druk met het werk, het gezin, de kinderen en de vrienden. – Heel normaal , zal je zeggen. En het strooiveld is niet vlak in de buurt. Oma wist een plekje op de heide waar ze met opa gevreeën had toen ze nog jong waren. Niet dat ze dat laatste feit had medegedeeld aan ons. Dat hadden we er zelf van gemaakt tijdens het familieberaad ter voorbereiding van de plechtigheid. De plek lag vlak naast de rivier waar ze gingen zwemmen. Dat hadden we op oude foto’s gezien. De rest dachten we te kunnen raden zulke voyeurs zijn we wel. We hadden onze dikke ooms en tantes gebruind door de zon mogen aanschouwen in uitgestrekte rusthouding op het groene, malse gras van de rivierbedding die ze als badhanddoek konden gebruiken. Gras dat nog in overvloed was in hun tijd. Er was genoeg open veld en privacy om te kunnen recreëren in de natuur. Je hoefde niet naar een zwembad hoewel die er al wel waren.

-Fijn dat jullie allemaal toch zijn gearriveerd. Dus iedereen kende de plek, dat was het punt niet. Alle auto’s stonden dan ook familiair naast elkaar op de parkeerplaats die voor het plaatselijk toerisme kan worden gebruikt. Oma zou de as zelf uitstrooien. Waar de weg ophield en het veldje begon, daar zou het moeten gebeuren. Na de begroeting die wel even tijd nam want één zoen is te weinig en elkaar vasthouden bij de onderarm en de linkerschouder neemt wel een paar minuten. Dat er boerenarbeiders bezig waren aan het schrikkeldraad gaf even een lichte complicatie door het doorbreken van de intimiteit maar na wat vriendelijke opmerkingen over en weer leek er geen vuiltje aan de lucht om met de plechtige uitstrooiing te kunnen beginnen. Het woei flink en iedereen had zijn winterjas aangehouden, behalve oma die in haar beste zondagse kleedje aantrad. Inmiddels was er sprake van een stormachtige wind. De regen was opgehouden en de wolken joegen door het zwerk in wel vijftig tinten grijs. Oma droeg in tinten roze en rood, haar lievelingskleur. De urn droeg ze in een tas waarvan ze het hengsel om haar hals had geslagen.

Voordat ze met strooien zou beginnen hield ze een kort praatje waarbij ze zich kranig hield. Op het moment dat ze geholpen door oom en tante de urn nog in de tas hield en de deksel van de urn was geschroefd, stak de wind weer op die even geluwd was. De as vloog alle kanten op. Opa vloog eerst naar de boerenarbeiders en bedekte ze met een zilvergrijs laagje. – Dat blijft onder ons, zei oom zenuwachtig, hij bedoelde – hij blijft onder ons. De tweede vlaag scheerde over het gezelschap als geheel hetgeen de vraag deed rijzen hoeveel liter as een mens bevat. De derde vlaag daalde op oma neer die verstikt raakte en hoestend en proestend van zich afsloeg en levendig commentaar leverde op haar verscheiden echtgenoot, onze opa en vader etc. Niet haar laatste commentaar, overigens.

-Ja, zoveel houdt hij van mij nog steeds dat hij geen afscheid van me kan nemen. Haar rode wolletje zat onder zijn grijze stof. – Je bent nu weduwe geworden, zei tante. – Je hoeft geen sluier meer te dragen. Oma kieperde de rest van de inhoud van de urn op het gras, waar de storm wel raad mee wist. In een oogwenk was opa verdwenen, zijn geest was en bleef uit de fles. Het gezelschap verbouwereerd achterlatend tot de humor van de situatie doordrong en luid lachend de kleren bij elkaar werden afgeklopt.

– Dat vraagt om een slokkie om de boel weg te spoelen, durfde een arbeider oma als troost toe te voegen.  – Albèrt dronk alleen maar oud bruin en een citroentje met suiker. Daar zal je mee moeten beginnen als aandenken aan hem, was haar snedige antwoord.   890 wrdn

 

1 reactie

U kunt hier een reactie plaatsen!