sep 25, 2013 - Proza    No Comments

Buurman

Verscheen in SCHREEF, tweemaandelijks tijdschrift van Taalpodium Utrecht/Zeist, nr. 154, ISNN 1382-1091

Buurman

-Hallo buurman, bent U thuis?, ding dongde buurman als een kerkklok door de telefoon ’s avonds om tien uur. Hij hield de hoorn te dicht bij zijn vlezige lippen, zodat het geluid van de klepel op een roffel kauwgomballen leek.

-Ja, ja, zeker, zeker, riep ik licht verbaasd. Hij belde nooit, laat staan op dit uur.

-Kan ik nog even langs komen, het is maar voor kort?, zag hij zijn kans schoon nu ik niet slagvaardig genoeg riep dat ik al in bed lag. Hij had zijn pantoffels niet uitgetrokken toen hij huiselijk de weer door mij ontsloten voordeur binnenstapte met een grote rol papier onder de arm van zijn openhangend, grijs winterjack. Zijn bril besloeg door de overgang van winterse koude naar subtropische cv warmte, waardoor zijn priemende kraaloogjes even niet zichtbaar waren. Zijn brede grijns des te meer.

– Ik heb jullie toestemming nodig, zei hij snel pratend in de richting van mijn vrouw, het sekseverschil gebruikend als radar in de mist.

– Gemeenteverordeningen! Je kan wel doen of je neus bloedt, maar als ze erachter komen, kan je alles weer tot de grond toe afbreken. Een mens moet zich geven, je kan je maar beter openstellen. Openhartig en te hard pratend ontvouwde hij nu zijn plannen voor het bouwen van een carport.

– Zijn er dakpannen bij je afgewaaid tijdens de jongste storm, informeerde ik voorzichtig. Neen, dat was het niet. Alles zat nog vast bij hem. Over het huis niets dan goeds. Neen, neen, het was het ruimtegebrek in de garage door de kinderen en de spullen, waardoor het autootje buiten kwam te staan en de kinderen ook buiten moesten spelen en dan zo nat werden. Een beetje vader doet daar wat aan. Ik voelde mij gebeten door een adder, maar schudde deze krachtig van mij af. Met zijn beringde worstvingers wees hij trots alle vette lijnen van de bouwtekening aan zonder er ook maar een over te slaan, terwijl hij ondertussen uitvoerig de voors  en tegens afwoog. Hij rookte niet, moest ik weten, hij dronk niet evenzo. Ook bleek hij zijn grote dikke muizen jas niet uit te trekken, wel praatte hij rondborstig, luidruchtig en langdurig. Wij moesten het allemaal donders goed begrijpen. Het was allemaal zo klaar als een klontje. Voor ons zeker. Deze praatjesmaker was klets- en babbel verslaafd aan lulkoek. De klok sloeg elf uur. 

– Of we hier gezamenlijk even willen tekenen voor akkoord, stelde hij voor, ineens in een hogere snelheid overschakelend. Het uurwerk had iets in hem losgemaakt. Terwijl hij was opgestaan en aanstalten maakte om te vertrekken, viel er nog een rol behangselpapier op de grond van onder zijn andere arm vandaan.

– Ach ja, dat zou ik bijna vergeten ook, nogmaals spreidden de Gelderse rookworsten een serie vetvrije papieren tussen zich uit.

– Dit is de rest van de uitbreiding, nu iets minder openlijk en duidelijk, maar dat begrepen we pas een paar dagen later. De grote zolderruimte was verkaveld tot een honingraat structuur.

-Ga je bijen houden?, vroeg mijn vrouw geïnteresseerd die ook wel eens met die plannen bezig was geweest.

– Neen, wat kamertjes erbij timmeren voor de kinderen. Hij sportte niet, begrijp je wel, zodoende kon hij wat meer in huis doen. Ja toch?! Nadat hij vertrokken was rond middernacht meende mijn vrouw dat deze goede huisvader toch wel wat meer steun van mij had mogen ontvangen. Zo een handige man, daar mocht ik nog wel eens een voorbeeld aan nemen. Toen ik de volgende week ’s avonds van mijn werk thuis kwam, wist mijn echtgenote te berichten dat er naast ons gezinsuitbreiding op komst was. De buurvrouw met een mal paars pillendoosje op haar hoofd had gezegd dat het een ongelukje was, maar dat ze het niet erg vonden. Niet voor het werk, daar zag ze niet tegenop. Er kon er nog wel eentje bij. Maar ja, er moest wel meer ruimte komen. Vandaar.

– Dat komt er nou van als je de pillen bovenop je hoofd bindt in plaats van tussen je knieën, zei ik belerend tegen mijn vrouw die al aan babykleertjes dacht stil bij zichzelf.

– He wat, wat bedoel je? Ach wat, doe niet zo raar. Ik zei je toch al, was jij maar wat handiger.

– Om een kind te krijgen hoef ik geen carport te bouwen, probeerde ik mij nog te rechtvaardigen. Maar er was al beraadslaagd en rechtgesproken. De hele avond zweefde zij gehypnotiseerd door de buurman door het huis, zwanger van gedachten. Ik hoefde er niet aan te pas te komen. Wat een handige buurman allemaal al niet vermag.

– Ik zal maar geen potje honing voor mijn eega kopen. Ik kan mij maar beter een poosje gedeisd en geïmkerd houden, overlegde ik zwijgzaam met mezelf. Een hypnotiserende buurman moet je te vriend houden, als je tenminste een beetje handig bent.

-Misschien gaat het toch nog stormen! 802 jn   


 

U kunt hier een reactie plaatsen!