Een fictief sprookje voor mannen

Een fictief sprookje voor mannen

1

Er was eens een koning die gelukkig getrouwd was met een lieve vrouw, de koningin. Zij zorgde goed voor hem en voor de kinderen die ze samen hadden gekregen. Tot zover niets aan de hand zou je zeggen. Maar de koning was niet gezond. Hij vertoonde ziekteverschijnselen waardoor hij minder goed ging functioneren. Lichamelijke en psychische. Voor de eerste ging hij naar de dokter die hem behandelde, voor de tweede niet. Psychische problemen zijn er niet om je voor te schamen, maar om op te lossen. Veel mensen weten pas dat ze problemen hebben als ze deze niet oplossen en daardoor juist nog verder in de sores raken, kortom doordat ze geen zelfinzicht willen of kunnen vertonen. Steeds moest hij in zijn geval bewijzen dat zijn vrouw de mooiste en de beste was die er bestond. Als dat lukte dan ging het weer een tijdje beter met hem, zo niet dan moest hij op zoek naar een volgende vrouw. Dit was een vermoeiende en afmattende conditie die ook zijn lichamelijke toestand niet ten goede kwam.

2

Als koning zou hij de beste etc. vrouw aan zijn zijde moeten hebben, anders was hij geen knip voor zijn neus waard als koning. Veel mensen hebben ook zo een probleem maar dat wist de koning niet. Zo werd hij afhankelijk of liever dit werd de opdracht van zijn leven. Het koningschap was een fluitje van een cent, dat had hij wel goed geleerd van zijn vader en zijn moeder. Maar de beste, de juiste vrouw vinden dat niet. Dat moet iedereen zelf doen. Hij moest steeds opnieuw opzoek gaan. Dan keek hij iedere vrouw die hij tegenkwam in zo een periode te lang, te diep in de ogen, wel langer dan tien seconden en dat is funest. Dan kom je niet meer los van het beeld dat zich heeft gevormd op je netvlies en onder je hersenpan. Er zat dus een hele film van vrouwen in zijn hoofd. In het geheim ging hij daarom werken bij de bioscoop en leerde daar films vertonen in zijn vrije tijd zogenaamd als ontspanning, als hobby. Alleen het feit dat we onze ogen gebruiken is de oorzaak van onze afhankelijkheid van de beelden die we de hele dag zien en verklaart waarom we onze neus achterna lopen. Dit geldt voor mannen meer dan voor vrouwen. We zitten vastgeplakt aan onze omgeving die we waarnemen. Maar goed, hij kon dus geen weerstand bieden om te blijven zoeken tot hij een betere vond of dat bleek als hij zijn vrouw weerzag, hij opnieuw overtuigd raakte dat zijn vrouw de juiste was. Zo ging het meestal, dus bleef hij bij zijn koningin. Maar dit schema kostte teveel tijd en energie en de regering eiste dat hij zich zou laten behandelen. Anders moest hij worden afgezet.

3

Hij was dus geen knip voor zijn neus waard. Deze overtuiging zorgde dat hij op den duur depri werd en aan zichzelf begon te twijfelen. Dat we allemaal afhankelijk zijn van onze omgeving en onze medemensen had een inzicht kunnen zijn dat hem had kunnen helpen. Maar op eigen kracht lukte dat dus niet en goede raad was duur. De psychologie was nog niet uitgevonden en Freud nog niet geboren. Maar wat was er de reden van dat hij moest twijfelen aan de schoonheid van zijn vrouw? Lag er misschien ook een factor aan haar kant? Ze had per slot van rekening wel een wrat op haar neus die haar onzeker maakte naarmate die groter was geworden. Daarom keek ze elke dag in haar spiegel om de toestand ervan te beoordelen, alsof ze de stiefmoeder van sneeuwwitje was. Maar zo eenvoudig lagen de zaken niet. Sprookjes zijn het echte volle mensenleven niet. Jammer dat ook de plastische chirurgie nog niet was uitgevonden. Het werd pas echt een probleem toen de vrouwen die hij diep in de ogen had gekeken dat vertelden aan hun partners waarvan sommigen trots waren dat de koning belangstelling toonde voor hun vrouw. Maar er bestaan ook jaloerse echtgenoten die niet gediend zijn van een stalkende koning. We leven niet meer in de middeleeuwen met feodale privileges van vorsten die vrouwen konden opeisen.

 

Er bestonden nog geen therapeuten of liever ze waren nog niet uitgevonden. Wel waren er heksen en waarzegsters, de eersten waren gevaarlijk en foeilelijk  en moeilijk te vinden en de laatsten zaten op de kermis in een tentje met een decolleté achter een glazen bol.  Maar als koning ga je niet zo gemakkelijk je gang. Ook niet door vragen te stellen aan je eigen raadslieden. Schaamte speelt een grote rol, maar door het benauwde gevoel dat steeds erger werd, wist hij dat er iets moest worden verzonnen. De benauwdheid dreef hem naar buiten, de paleistuin in, waar hij nooit alleen gelaten werd maar in de gaten gehouden werd door de wachters. Dit was het moment van verandering die zou gaan plaats vinden. Hij wist waar de wachters hun kleren opborgen als ze van ploeg wisselden. Zo wist hij een pak te bemachtigen waarmee hij zich kon verkleden. Als wachter kon hij door de poort naar buiten lopen en een kijkje nemen in de stad, ook kon hij niet al te moeilijk onder de stadspoort doorlopen. Hij vond het heerlijk om buiten te zijn. Hij wist niet wat hem overkwam. Dit wilde hij altijd wel zo houden. En zo wandelde hij een poosje in de richting van het platteland.

4

‘Zo meneertje, fijn aan de wandel.’ De vrouw die hem aansprak was niet bang uitgevallen; hij zag er krijgshaftig uit in zijn wachterskostuum. Het moet ook altijd een vrouw zijn die zo iets durft, zonder dappere vrouwen zou de wereld al lang tot stilstand zijn gekomen. Ze nodigde hem uit voor een kopje thee op dit verlate uur in de namiddag in haar huisje in de bocht van het landweggetje. Hij was zich van geen kwaad bewust zo naïef en onervaren was de koning nog wel. De vrouw bleek een heks te zijn met een goede inborst oftewel een wijze weduwe die in hun leven verdwaalde mannen de weg wijzen. Het kopje thee was verkwikkend en had een ontspannend effect waardoor er een gesprek zich kon ontvouwen waarbij de vrouw ook vragen kon gaan stellen zonder dat de koning meteen op tilt sloeg. Met als gevolg de ontwikkeling die een alinea hierboven al geschetst is maar hier is weggelaten. Wat een vrouw die een vraag durft te stellen en een kopje thee drinken al niet vermogen tot stand te brengen. Meer weten, lees dan snel verder?! Ze wist hem aan de praat te krijgen en te houden tot aan etenstijd waarop de koning paleis- en huiswaarts moest keren anders zou de koningin ongerust worden en misschien was ze dat toch al wel. Hij zou de volgende dag terug komen om verder te praten want de babbel was hem goed bevallen, niet minder het decolleté. Boerinnen lopen er losjes gekleed bij, ze hebben het snel te heet. Wijze vrouwen zijn meestal iets ouder en daarom…hebben ze snel last van opvliegers.  Maar je snapt dat deze vlieger niet op zou gaan. Bovendien zat ze zelf met vragen over haar eigen situatie.

5

‘Waar heb jij zolang gezeten?’, zo spreek je niet tegen een koning, maar een koningin mag dat en doet dat ook als ze vermoedt dat er stront aan de knikker is. Vrouwen weten dat gewoon. Het hakkelen van haar echtgenoot dat daarop volgde was al een bewijs dat ze goed zat. Ook de vraag waarom hij een wachterspak droeg bracht hem van zijn propos. Hij stond op het punt alles te gaan vertellen toen hij werd teruggeroepen naar het paleis omdat er een wachterspak ontbrak bij de dagelijkse telling. Een onoverkomelijk bezwaar waar je een flinke douw voor kon krijgen. Het leek hem het handigst om gewoon terug te wandelen naar het paleis en te doen of zijn neus bloedde. Met zijn vrouw zou hij het later nog opnemen. Hij liep naar het verkleedhok voor de wachters om zijn afgelegde kleren weer aan te trekken maar die lagen daar niet meer. Hij moest zich vervoegen op het kantoor van het hoofd van de wachters, de kapitein. Die allang blij was de koning weer terug te zien in levende lijve. Hij had zijn geest al zien dwalen als hij geen verklaring zou kunnen geven aan zijn overste. De kapitein trok zich decent terug zodat de koning zich kon verkleden. Daarna vertelde de koning over zijn kleine avontuurtje met de boerin en na een lachsalvo over en weer, keerde beide mannen huiswaarts om van hun dis en avondrust te gaan genieten.

6

‘Maar man wat bezielt je?’. De koningin liet er geen gras overgroeien. Ook hier dacht hij zijn verhaal te gaan vertellen. ‘Je weet toch dat we vanavond naar de ouderavond van de school van onze dochter moeten!?’. Hij stond opnieuw met zijn mond vol tanden te hakkelen. Hij kreeg niet eens de tijd om iets te zeggen. Ze had het bad al laten vollopen en zijn verschoning klaargelegd. Ze deed dat liever allemaal zelf zonder de kamerheer te consulteren want die had een oogje op haar. Roeftum, zo snel als een krolse kat ging hij te werk, blij dat hij geen uitvlucht hoefde te verzinnen op dat moment. Je zou denken dat het verhaaltje hier ophoudt met zo een bijdehandse vrouw en een boerin die geen schijn van kans lijkt te hebben. Maar de laatste heeft grotere problemen en dat maakt het verschil, ze moet vechten als een leeuwin en….ook dit gaat te ver.

Een van de volgende dagen ziet hij kans om aan zijn bewakers te ontsnappen en komt het tot een tweede treffer van de hoofdrolspelers. Zij zegt over hem nagedacht te hebben maar als hij wil dat ze hem helpt dan zal hij toch meer over zichzelf moeten vertellen. Want wat heeft hij te vertellen over zijn taak in het leven. Ze gooit hem meteen in het diepe. Als hij met zijn vrouwelijke deel niet weet om te gaan dan blijft zijn inspiratiebron stijf gesloten. Hij moet proberen toch daar contact mee te krijgen. En dan volgen de bovenstaande suggesties mogelijk in een andere vorm of volgorde. Lang hoeft hij niet na te denken omdat er slechts een weg heen en een weg terug bestaat. Hij besluit eerst op het paleis dak te gaan mediteren en zo tevens de sterrenhemel  te observeren en de volgende dag een poging te doen een sterrenbeeld te schilderen…

‘Ieder mens heeft zo zijn opdrachten in het leven meegekregen. En ligt voor iedereen verschillend. Ikzelf heb het ook niet makkelijk gehad in de loop van de tijd. En daar heb ik me doorheen moeten slaan, door al die moeilijkheden. Maar over mij hoeven we het niet te hebben. Zolang je het ziet als toeval dat je hier bij mij terecht bent gekomen, dan zal er weinig gebeuren en dan ga je gewoon weer weg. Als deze ontmoeting een betekenis krijgt dan zal dat afhangen van de uitleg die je er zelf aan zult geven. Een posthypnotische suggestie avant la lettre zou je denken. Natuurlijk geldt dat voor elke ontmoeting tussen twee mensen. De ene keer heeft het meer betekenis dan de andere keer. ‘

Ze sprak met wijsheid en het vermoeden dat er in dit geval toch wel iets stond te gebeuren. Hij wist dat hij het benauwd had gekregen aan het hof, zijn eigen hof. Om duidelijk te krijgen in wat voor situatie hij nu verzeild was, moest hij zijn mond wel  willen opendoen.

‘Ik dacht dat het voorbeeld van Pa en Ma wel voldoende was geweest en dat ik wist hoe ik verder kon, maar op de een of de andere manier begrijp ik het niet. Ik doe alles zoals zij het hebben voorgedaan, zoals zij het wilden dat ik het deed. Ik wilde ze niet teleurstellen en een goede zoon, ja kroonprins zijn.’

Het was duidelijk dat hij onzeker was want hij zat op het puntje van zijn stoel en wriemelde met zijn handen en zijn stem klonk heel dunnetjes. Er kwam amper geluid uit zijn keel.

‘Waar zou je je ouders mee hebben teleurgesteld? Waarom zou je zo braaf moeten zijn? Jongetjes zijn niet altijd braaf. Je was toch ook  wel eens ondeugend, neem ik aan?’ zei ze met een glimlach en een poging om hem aan de gang te krijgen. In haar ogen was even een fel licht te zien. ‘Heb je nooit op je duvel gehad toen je nog een klein jongetje was?’ Hij schoof zenuwachtig op zijn rieten stoeltje heen en weer, alsof hij bij de juf in de kleuterschool zat. ‘Waarom ben je nu zenuwachtig?’ Hij wist het niet, een volwassen man, een koning, hij wist het niet. Maar erger dan dat, hij raakte gespannen en reageerde boos dat ze hem zo gespannen maakte en niet naar de zin zoals dat tot nu toe was gebeurd. Hij gaf haar de schuld hiervan en maakte aanstalten om te vertrekken. ‘Neen, dit wil ik niet, ik ga er vandoor.’ ‘Maar praten mag toch wel.’ Het was duidelijk voor hem dat hij gespannen was, maar waardoor dat nu precies kwam dat wist hij niet. ‘Heb je geen herinneringen meer aan vroeger? Misschien kun je foto’s meebrengen de volgende keer?’ ‘Ik weet niet of ik terugkom, als je niet aardiger voor me bent.’ Het was duidelijk dat het probleem niet zo’n kleintje was en dat ze alle zeilen zou moeten bijzetten. Ze moest opletten niet tussen de raderen van intriges van het hof terecht te komen want enige ervaring had ze daar wel mee en zo veel zin had ze daar niet meer in. Het stuitte haar tegen de borst dat ze zoveel weerstand ondervond. Dit zat tegen de grens van wat ze dacht aan te kunnen op basis van haar eigen ervaringen als volwassene. ‘Het is misschien goed als we een denkpauze inlassen?’ ‘Nou, ik kom niet meer, adieu!’ En hij vertrok. Ze was onder de indruk en vond dat ze moest volhouden maar voor nu was het prima dat hij was gegaan. Dat iemand zo weinig inzicht vertoonde over zijn levenssituatie en nog wel zo een hooggeplaatste persoon, daar moest ze even van bijkomen en er een nachtje over slapen. Ze had moeten samenwerken met een demente burgemeester en met een arrogante vrouwelijke hoofdinspecteur in haar vroegere werkzaamheden. Dat wilde ze als het even kon wel voor zijn.

7

De koning was linea recta teruggelopen naar zijn troon en had daar een tijdje  zitten mediteren met als resultaat dat hij opnieuw van mening was dat hij door de zure appel heen moest bijten en dat de weg terug inmiddels afgesloten was. Hij sprak niet met zijn vrouw en draalde nog een tijdje tot hij een streep trok. ‘Ik alleen kan mezelf helpen maar ik heb wel hulp nodig.’ Hij besloot om nog een keer naar de boerin te gaan. Hij stelde daarbij vast dat hij geen vrienden of kennissen had waar hij voldoende vertrouwd mee was om naar ze toe te gaan en om raad te vragen. Dat gaf hem het wrange gevoel dat hij er alleen voor stond als het over persoonlijke zaken ging. Naar zijn ouders wilde hij niet met deze vragen. Hij voelde nu duidelijk dat hij door iets verantwoordelijk werd gehouden om over na te denken. Met zijn vrouw had hij nog nooit hierover gesproken. Na een lange wandeling door de koele avondlucht kwam hij een beetje tot zichzelf. Hij kon zich een beetje ontspannen en begon zich dan   vragen te stellen over vroeger en zijn jeugd en zijn relatie met zijn ouders. Hij moest toegeven dat zijn hele leven was neergekomen op zijn plicht doen. Hij had wel plezier gehad in het leren en naar school gaan maar had niet geweten dat hij met name door zijn moeder gedwongen werd om nog meer zijn best te doen en nog hogere cijfers te halen en prestaties te tonen. Moeder prees hem nooit en vader tekende zijn rapport voor gezien dat zijn vrouw hem voorhield. Zijn handtekening was gemakkelijk te kopiëren geweest. Ook waren er weinig vriendjes komen spelen omdat altijd eerst nog een andere taak moest worden volbracht. Steeds waren er uitvluchten. Hij was erg eenzaam geweest in zijn jeugd. Hij had een vriendinnetje gekend. Een levenslustig meisje met zwarte krulletjes dat spelletjes met hem wilde doen op het schoolplein van de kleuterschool en een vriendje dat hij ook op school leerde kennen en met wie hij meeliep naar huis waar hij diens moeder ontmoette die vriendelijk tegen hem sprak en belangstellend vragen aan hem stelde en zijn vader die gewoon tussen de middag thuis kwam eten voor de lunch. Maar deze ouders gingen verhuizen voor het werk van de vader. Want werk bleek al heel vroeg heel belangrijk voor veel mensen. De school diende om later te kunnen gaan werken, dat begreep hij wel. Hij heeft ze nooit meer gezien en dit betreurt hij tot op de dag van vandaag. Het meisje was als een jonger zusje voor hem aan wie hij nog dacht toen hij zijn studies over staatsrecht ging doen. Op een verloren moment dacht hij aan haar als een soort troost of afleiding voor zijn eenzaamheid. Met zijn vrouw had hij geen erotische gesprekken kunnen voeren. Enkel over huwelijk en kinderen krijgen. Zelfs niet over zijn koningschap. Ook daar had zijn moeder steeds een stokje voor gestoken door hem op zijn plichten te wijzen. Ze was dit zo gewend vanuit haar eigen jeugd en de manier waarop ze aan haar man was uitgehuwelijkt. Hierdoor kwam hij niet in de gelegenheid om zich aan haar invloed te onttrekken. Van een studentenleven was geen sprake geweest. Ook zijn partner kreeg geen voet aan de grond bij haar schoonmoeder. Hij had geen enkel idee hoe hij met zijn vrouw hier over moest beginnen.

8

Opnieuw ging hij bij de boerin langs. Hij vond haar terwijl ze de geit aan het melken was achter het huis. Terwijl ze op haar melkkrukje gezeten voortging met haar werk, sprak hij haar aan en vertelde over zijn vroege herinneringen en zijn laatste idee. ‘Ik heb nagedacht en ben er achter gekomen dat ik niemand heb om mee te praten.’ Zij had nog geen plannen voor hem kunnen bedenken maar had wel haar vragen klaar. ‘Je hebt in ieder geval je vader en je moeder en je vrouw. Misschien heb je nog meer familieleden. Het lijkt me verstandig dat je je tot hen wendt al was het maar dat je enige reactie krijgt. In je familie zit je erfenis.’ Dit was een tegenvaller die hij niet verwacht had. Deze confrontatie was de eerste harde dobber die kleurloos aan zijn hengel hing. Hij ging naar huis en kwam tot niets en zou worden afgezet. Hij was te depressief om tot iets te komen en het koningschap stelde in zijn dagen al zo weinig voor dat hij geen  mogelijkheid zag om zelf een voorstel te doen daar verandering in te brengen. Hij werd opgenomen in een inrichting om te herstellen en de regering nam tot nader orde de honneurs waar?

Of het eindigde op een heel andere manier. De wijze boerin zag het aankomen en bood hem aan voor hem te koken. Dan kon hij een beetje tot rust komen en zouden ze de mogelijkheden overwegen. Meestal kreeg ze haar goede invallen tijdens het kokerellen. Omdat hij wel inzag dat hij in zijn eentje niet verder kwam en zij  misschien voor een oplossing kon zorgen, ging hij schoorvoetend akkoord. Een boerin die niet koken kan bestaat niet, dus haar bijdrage zou wel een kans krijgen. Maar hoe ze hem naar zijn familie kon bonjouren, dat wist ze nog niet. Ze had zelf familie en kennissen genoeg. Ze zou het kunnen plooien dat er iemand toevallig langs zou kunnen komen als ze zaten te eten. Maar wie moest ze daar voor vragen? Een kind of een puber misschien.?

Als je depressief bent, heb je niet zo veel trek in eten. Ze had wel haar uiterste best gedaan met volkse relishes die ze de laatste tijd had leren kennen maar het lukte niet om zijn eetlust op te wekken. En wie ze zou gaan uitnodigen, werd haar ook niet duidelijk. Een priester, een dokter, een leraar, een ingenieur? Er kwam geen helder moment langs. De koning had zelf kinderen. Hoe ging het daarmee? Het bleek dat dat gedeelte van zijn privéleven werd afgedekt door de bemoeienis van zijn vrouw en zijn moeder in een gezamenlijk afstemming. Hierdoor kon hij wel al zijn tijd  besteden aan het koningschap. Hij hoefde zich alleen maar aan te passen aan het protocol dus zich niet te verzetten want anders werd hij toch nog afgezet. Hij was gedwongen om vooruit te denken en wel aan de toekomst van zijn volk maar dat deed de regering al. Of aan zijn koningschap. Het duurde tien pagina’s in zijn levensverhaal voordat hij er achter kwam dat zijn rol wat dat betreft er totaal niet toe deed. Alles lag vast in calvinistisch beton, hij kon er niets aan veranderen zonder een rel te veroorzaken en als hij dat deed, dan werd hij afgezet. Hij vroeg boeken over wijze koningen uit de geschiedenis maar het lezen lag hem niet. Hij besefte nu dat hij een verkeerd vak of rol had gekozen in zijn leven. Of liever dat hij helemaal niets gekozen had maar dat er voor hem gekozen was. Als hij zelf nu maar een eigen idee had weten te ontwikkelen. Hij kon zijn situatie niet meer doordenken zonder medelijden met zichzelf te krijgen. Hij was nog geen veertig jaar oud en toch voelde hij zich oud en versleten. Zo te zien kwam enige bevestiging te laat en was zijn eenzaamheid die van iemand die zijn jeugd verloren had en de puberleeftijd had over geslagen zonder ooit zich een held te hebben gevoeld laat staan geprofileerd als zodanig. De artsen hadden zijn lichamelijke klachten genezen. Hij had kinderen bij zijn vrouw verwekt en had zijn plichten wat de erfopvolging betreft, vervuld. We kunnen een streep onder zijn verhaal zetten en zijn leven als beëindigd beschouwen. Revolutionair? Een saaie piet was hij geworden. Zonder enige visie trof hij zich aan daar op het platteland. ‘Misschien wil je leren melken?’, zei ze. ‘En leren kaas maken.’ Ze flapte het er uit voor ze het door had. Hij hoefde niet na te denken, hij leek haast automatisch te reageren. En zo geschiede. Hij liet zich omscholen. Hij werd boer. Dit gesprek had ze gedroomd de nacht daarvoor.

9

‘Wil je me leren melken?’, vroeg hij aan de boerin bij de volgende gelegenheid. ‘Oh, ja wel’. Het klonk niet erg overtuigd. Dromen is nog besef. Zoals ze daar zat keek hij op haar neer. Een schilderachtig schouwspel was het. Allereerst de geit met de volle uier en de vier spenen. Zoogdieren krijgen geen individuele behandeling. Ze zitten meteen in de kudde meestal. Hij zag de spanning en de ronding en de rillingen welke er onder de huid trilden. De boerin met haar opgetrokken rokken tot boven haar knieën welke opmerkelijk frisse lichaamsdelen toonden. Dit alles maakte de koning week ondanks zijn ongelukkige toestand, hij wist niet waarom. De boerin neuriede zachtjes voor zich uit, of liever in de richting van de geit. Misschien ter geruststelling of aanmoediging van beiden of van pure levensenergie. ‘Pak dat krukje en kom naast me zitten!’ Ze zag een buitenkansje en ging het pakken. Ze greep zijn handen iets te gretig beet en plaatste die op haar eigen eeltige handen en ging door met melken. Nu kon hij haar melkbewegingen aanvoelen en proberen over te nemen. Daarna hield ze zijn linkerhand in dezelfde positie en met zijn rechterhand deed hij nu de melkbewegingen zelf zonder haar. Zo had ze het zelf ook geleerd. De geit moest er eerst niets van hebben maar na het toespreken op zachtzinnige geiterige meisjestoon, liet ze het toe. En met redelijk succes. Soms spoot de melk de verkeerde kant op buiten de emmer op zijn handen. Dan voelde hij de warmte van de kostbare vloeistof. Het geheel ontroerde hem meer dan hij kon verwoorden. De huid, blank en bloot van de boerin, haar transpiratiegeur en haar gezondheid en natuurlijkheid, zorgde voor een overweldigende indruk waardoor hij een prop in zijn keel kreeg die hem het spreken een poosje verhinderde. Eindelijk kon bij hem doordringen waar het in een mensenleven om gaat, ook in dat van een koningszoon.

Jan Nuyten        jan 2018     4044 wrdn

 

U kunt hier een reactie plaatsen!