De Eerste Publicatie

De eerste literaire publicatie

– Niets is zo verschrikkelijk als een mislukte kunstenaar. De energie blijft, maar omdat die geen uitweg kan vinden slaat ze naar binnen en ontploft daar als een grote zwarte scheet van woede die alle ramen van de ziel bewalmt. Hoe verschrikkelijk succesvolle kunstenaars vaak ook mogen zijn, niets is wreder of ijdeler dan een mislukte kunstenaar. Erica Jong, Het ritsloze nummer. Oorspr.Fear of flying.

– Zodra ik een uitgever in geestdrift zie ontsteken, weet ik dat hij een slecht boek in voorbereiding heeft. Jan Greshoff, Nachtschade.

Met een parafrase zou ik kunnen vervolgen met een geestdriftige auteur die een slecht artikel aan het voorbereiden is. Maar meestal vertoont de auteur andere symptomen. Ik had twee maanden tevoren twee korte verhalen opgestuurd. Ik vond het zelf duidelijke en technisch redelijke verhalen, maar ik had helemaal niet het idee dat ze het zouden halen. De keren dat ik eerder en ook vroeger al eens iets had opgestuurd was de lectuur soms per kerende post als een boemerang terug gekeerd, waarbij het geslagen gat in mijn ziel zo groot was dat van schrijven voorlopig geen sprake meer kon zijn. Maar deze keer was het anders en spannender omdat de hele entourage anders was geweest. Er hing iets in de lucht hoewel de lente nog niet in aantocht was. Terwijl ik naar huis reed nadat ik mijn kopij had gepost, kreeg ik een blij gevoel over me. Geluk zaligheid op zaterdagmorgen, een dag te vroeg op de keeper beschouwd, overkwam me nu ik iedereen bezig zag, met wat ik mag aannemen zijn of haar hobby of meest geliefde vrije tijdsbesteding.

– Iemand die zijn werk of hobby uitoefent kan niet slecht zijn!, stond er laatst in het dagblad.

Een jong, getrouwd blondje stofte de bloemen af op de vensterbank in het zonnetje, een huisvader beitste met een glimlach de buitenboel. Een jongeman liet zijn zojuist verworven puppy van enkele dagen uit. En een kindje stepte voorbij en keek verwonderd naar mij, zoals kinderen kijken kunnen. Er moest in mij een belangrijke verandering hebben plaatsgevonden, waar dit zelfs door dit kind werd opgemerkt. Naast zeilen was dit mijn favoriete bezigheid geworden: korte verhalen op de bus doen. Het optutten van de envelop met de foutloze adressering in de juiste kleur viltstift. Tevoren het beplakken van de envelop  met Hare Majesteit en de smaak ook letterlijk te pakken krijgen van het rangschikken van haar blauwe beeltenis op het enige en juiste plekje op de lichtgele briefwikkel. Rechts – Oranje Boven. In een klap leek ik bevrijd te zijn van een aantal ziekelijke verschijnselen die me de laatste tijd behoorlijk hadden dwarsgezeten in de vorm van benauwdheid en kortademigheid die de roeping tot het hernieuwd schrijverschap tot gevolg hadden. Het controleren van de volgorde van de pagina’s en het voor de allerlaatste keer doorlezen van het begeleidende schrijven met een mengeling van gevoelens veroorzaakte grootheidsvisioenen afgewisseld met acute aanvallen van totale verslagenheid. De neiging tot een allerlaatste checkup en de dwangmatige voorstelling wat het effect zal zijn bij de geadresseerde bij inzage van het manuscript, waren het gevolg van ernstige inprentingstoornissen. Het wikken en wegen van de ontelbare mogelijkheden leidde tot verregaande vormen van draaiduizeligheid. De tien procent inspiratie van het concipiëren van de tekst stond in geen verhouding tot de negentig procent transpiratie van het schrijven en de pogingen om dit zo te vervolmaken dat het voor verzending gereed kwam. Het aandeel van de creativiteit was slechts een gedeelte van vijf procent op het totaal van de inspanning. Het ging er niet meer om hoe het op papier kwam maar dat het op papier kwam op een manier die tot aftrek bij de redacteur, de uitgever en de lezer zou leiden. Omkoopgedachten bij de auteur waren het gevolg. Het niet durven uitspreken van de volgende woorden zoals schrijver, auteur en publiceren zijn het evidente bewijs van het uitbreken van identiteitscrisis die het begin vormt van een levenslange periode van grote afhankelijkheid en onzekerheid in het leven van een naïeve jongvolwassene. Alleen de fase van de creativiteit passeert zonder dat een denkbeeldige toeschouwer over de schouder van de auteur meekijkt, daarna is er controleur na controleur die als werkverschaffer psychisch bij je op bezoek komt en het begin aankondigt van een nieuwe vorm van slavernij. Zonder verslaving aan de ware gelukzaligheid na de postact zou schrijven een hel zijn, ook al geschiedt het schrijfproces zelf soms in trance. Zonder publiek geen succes, zonder bijval geen inzet. Dus moet er een weg gevonden worden. Dat besluit staat op een zeker moment als een paal boven water. Het vinden van de weg naar de uitgever is een pelgrimstocht die een leven lang duurt. De twijfels en onzekerheden van het ware geloof zijn talloos.

– De pen gaat waar het hart niet kan. Hugo Claus.

– Een minuut slecht schrijven is beter dan een dag goed denken. Harry Mulisch, Voer voor psychologen.

Het regende dat het goot. De hele dag al had de ene bui na de andere de straten blank gezet. De regenpijp trilde en bonkte van het overwerk. Hele watervallen ontstonden bij het overlopen  van de verstopte dakgoten. De mate waarin het hemelwater vandaag werd afgeleverd was al reden genoeg om deze dag te onthouden. De waterschade was enorm in het hele land. De aanleiding om de dag echt niet te vergeten was de brief geweest die vanmorgen hagelwit en wonder boven wonder droog in de bus was gegleden. De hele dag had hij in een stapeltje onbeduidende post gelegen. Niemand in huis had er aandacht aan besteed. Het was een witte envelop met venster en het vignet van een van de uitgevers, naar wie ik mijn korte verhalen en artikelen op stuurde. Of er kwam geen reactie of een afwijzende. Soms met een positieve variant om het eens elders te proberen, alsof ik dat al niet genoeg deed. Routinematig, zover was ik al, maakte ik de envelop open met mijn rode zakmesje en las de brief. Inderdaad een waterval van blijdschap en opwinding die niet meer was te stuiten, nu de hoofdredacteur mij persoonlijk meedeelde dat een kort verhaal van mijn hand zou worden geplaatst. Heden werd ons een schrijver geschonken. Een nieuw venster op de wereld was voor mij opengegaan. De regen was daarvan het zegenende bewijs. Een mooie dag.

– Een schrijver is zelden zo goed geïnspireerd dan wanneer hij over zichzelf praat. Anatole  France. 1081 jn

Kort verhaal verschenen in Handschrift, 1e Jaargang nr.2 zomernummer 1992. Uitgever: Instituut Hansnel, Rotterdam. Eindredactie: Lenze L. Brouwers.

U kunt hier een reactie plaatsen!