Hedwiges Polder

 

Tuin van God

Het vragenerf van het besluit heeft men onderwater gezegd en verzopen de dieren/als inborst van een heks die haar verlepte boezem hoest tijdens haar werk, karrend op de bezem door de kerk in Hedwiges Polder

Verduistering

Een zwart omrande bekentenis/ schreide zacht eigen woorden voor zich uit/ haar stem hoedde een kudde van zwervende gedachten op een paarse heide van twijfel en hoop/ haar ogen baarden glanzend vocht in het geopende duister/ nagestaard door schaamte vluchtte ze weg tussen opluchting en gezonde grond/ vergeven haar geweten uit/ en bestierf het bij het botsen met de leegte daarbuiten/

Verdriet

Water ligt nu zacht in je armen/ het geeft geuren van gisteren/ een voor een aan je door/ alsof jullie oude familiefoto’s bekijken/

Water legt zich om je heen als een transparante vogel/ je waaiert de lucht vooruit van je ogen weg/ en klopt de laatste fonkeldruppels van je af/ en geeft ogen aan de vingers om het water aan te kijken/

Je lacht dat allerlaatste vloeistofsteentje van je wimpers/ en daalt nu in een witte wijde jurk de trappen van je bevrijding af/ de zon in om ook het schemerduister van je ziel te vullen met nieuwe stem/ je hebt gehuild/

Trojka

De vraag naar de blauwe lucht heb je gesteld, klein meisje/ je handjes hield je dapper stil op je rug/ je vermoedde mijn stilzwijgen al/ voor je gezichtje zich naar mij ophief/ je ogen spraken mijn heimwee uit naar jouw antwoord hierop/

Vogels, verre vogels langzaam genageld in de romp van de hemel/ glinsterende dwergen in de bleke sneeuw van je ogen/ die de zachte bewegingen van onzichtbaar verlangen volgen in de verte/ dat gered door je glimlach bang trillend mij teder aanraakt/

Découvrir

In enge straten gevat/ staat het fossiel van mijn leven/ tegen een openheid van licht en warmte/ de kilte achter zich latend/ wordt zijn schijngestalte zonder grenzen en vergaat in zijn ideaal/

Ondanks gekwelde geluiden en de stem van de stilte zijn we in het heden geklauterd over het blauwe dansen van onze vriendschap/ wij zijn als takken van de bomen aan de rivier naar elkaar toegebogen/ en we hebben elkaar gekust over het water heen en ons lachen weerspiegelde in trillingen onder ons/

Jan Nuyten/jbm

 

 

 

 

 

U kunt hier een reactie plaatsen!