sep 10, 2013 - Proza    No Comments

Onderhandelen

Onderhandelen

Uitgedost met een rode haarband en een Egyptische schouderdoek of wat daar voor door moet gaan, sjokte de vrouw diep voorovergebogen, haastig in de richting van het gesloten wijkgebouw, in zichzelf mompelend: “Hij moet een briefje!”. Een truttig damestasje werd als “onderhandelaar” laag bij de grond meegevoerd. Haar behandelaar nam niet de tijd om zijn dynamo aan te zetten en wilde de bocht nemen en wilde de bocht nemen onder de kastanjeboom door. “Vervelende ouderavond, ook dat nog”, zuchtte hij, een reeds verpeste avond tegemoet ziend. En even later. “Mens kijk toch uit!”, riep hij geschrokken uit, terwijl hij op de grond lag te spartelen onder zijn fiets. “Dit is de spreekkamer niet !”, er geïrriteerd aan toevoegend. “Juist ja, daar kwam ik voor. Het spreukenuur. Het draken en demonenstelsel is oppermachtig geworden. Zij moet om elf uur schoenen gaan kopen.”, orakelde zij. “U moet hiervoor een briefje schrijven”, klonk het dringend, liggend op haar knieën, met haar doordringende ogen vlak voor zijn gezicht hangend, terwijl de geur van de sigarettenrook  hem in het gezicht sloeg. Hoe krijg ik haar van mij af, dacht hij. Ik moet opschieten. “Morgen zal ik U een briefje geven”, stelde hij onzeker voor. “Nee nu”, klonk het prompt, hem geen ruimte latend. Hij voelde zich als gegijzeld, zoals hij daar op de grond lag. Hij kon geen kant uit. Hij zag wel in dat hij er niet onderuit kwam, letterlijk en figuurlijk, als hij haar niet tegemoet kwam. “Maar op een voorwaarde dan”, probeerde hij nog. “Zij zal zich aan U onderwerpen”, sprak ze plechtig en uitdagend, omdat ze hem al aan haar haak had geslagen. “Dat U morgen wel op het spreekuur komt, dan zijn dit soort situaties niet nodig”, zei hij, een glimlach onderdrukkend. “Als zij terug is uit de stad, zal zij U haar nieuwe schoenen laten zien”, zijn glimlach beantwoordend. Zij opende haar tasje en overhandigde hem een nepgouden pen. Op het zadel van de weer overeind gezette fiets schreef hij wat zij wenste en overhandigde haar het blaadje papier. Diep dankbaar keek ze hem met haar grote ogen aan. “Ik wilde U niet boos zien. Dank U wel”. Een warm gevoel doorstroomde zijn gehele lichaam. Zijn haast was helemaal verdwenen, en hij voelde zich helemaal ontspannen toen hij even later de poort uit fietste. Haastige spoed is zelden goed. jn

 

U kunt hier een reactie plaatsen!