sep 13, 2013 - Proza    No Comments

Relatie Perikelen

 

Belemmeringen in de liefde

“Omdat ik van je gedroomd heb vannacht,” antwoordde hij verliefd op haar vraag waarom hij met haar wilde trouwen. Zojuist had hij haar ten huwelijk gevraagd als een hoofse ridder na een lange periode van haar het hof te hebben gemaakt. Uitjes, dansen, etentjes. “Maar we kennen elkaar nog niet goed genoeg!”, riep ze afwerend. Ze was opgestaan en door de kamer gaan ijsberen. “En waarom juist nu, terwijl we het zo druk hebben met onze vakantie naar Oostenrijk. Je bent zo onpraktisch. Je droomt te veel,” had ze na een langdurige stilte waarin ze nadacht opgemerkt. Ze waren al jaren verloofd. Trouwen kon nooit want de een werkte en de ander studeerde. Allerlei financiële en praktische bezwaren waren er steeds tussen gekomen. “Ik zie niet in waarom dat niet zou kunnen: reizen en trouwen samen. Het is een kwestie van een afspraak maken.” Hij keek haar vol verwachting aan. “Je weet dat ik niet tussen neus en lippen wil trouwen. Als we trouwen doen we dat in stijl.” Ze stond als een koningin in het midden van de kamer, fier en rechtop. Zij meende voor hen beiden een beslissing te hebben genomen.  Discussie gesloten.

Hij voelde woede in zich opkomen omdat hij zich voor de zoveelste keer geblokkeerd voelde worden door haar, direct gevolgd door verdriet om hun relatie, waarvan hij wist dat deze niet goed zat. Steeds had hij dit besef weten te smoren voor de goede vrede. Maar langzaam werd zij voor hem onbereikbaar. Wat was het dat hem bond aan haar? Meerdere keren had hij zich die vraag gesteld en er heel eenvoudige antwoorden op weten te vinden, die bevredigend leken. Maar deze keer lag het anders. Tot nu toe had er schot in gezeten. Op de een of andere manier was er steeds beweging in gekomen, als hij er zich overheen probeerde te zetten. Maar nu stond er een rotsblok in de kamer. Hij wist dat het uur van de waarheid snel naderde. “Laten we in Oostenrijk foto’s maken van onze berguitrustingen als we de top van de Grossglockner bereikt hebben. Twee rugzakken naast elkaar, twee lastpakken uitrustend van de inspanning, vermoeid maar voldaan over de prestatie. Een symbool van onze samenwerking. Dan maken we daar onze huwelijksaankondiging van.” Door in beweging te blijven hoopte hij zijn doel te bereiken. Tot nu toe was dat meestal gelukt tussen hun tweeën. Ze wist dat hij het meende. Iets donkers in zijn stem waarschuwde haar dat hij serieus was. Ze was blij met het voorlopige uitstel. Bergbeklimmen was haar lust en haar leven. Daar leefde ze zich helemaal in uit. Dat zouden ze eerst doen. Trouwen kwam daarna wel. “Goed,” zei ze iets te gretig en te snel. “Laten we het doen zoals jij het voorstelt.”

Ze leunde achterover: haar blonde haren wapperden in de wind terwijl ze naar de bergwand keek die voor hen opdoemde. “Kun je het klimtouw over dat uitsteeksel daar gooien? Het ziet er stevig uit.” “Dat zijn juist de gevaarlijke,” zei hij langzaam, terwijl hij zijn ogen inspande om te zien of hij zwakke punten in het uitsteeksel zag, die zij gemist had. Hij wierp het touw omhoog. Het viel over het uitsteeksel, raakte los en landde bij hun voeten. Hij rolde de lijn op om het opnieuw te proberen.  Boven hun hoofden – en uit hun gezichtsveld- aan de andere kant van het uitsteeksel, gleed een slang die door het touw in zijn slaap was gestoord snel in een smalle spleet aan de achterkant van het uitsteeksel. “Ik ga als eerste naar boven,” zei Jantien, terwijl ze het zweet van haar voorhoofd veegde. “Ik ben een stuk lichter. Schiet op! Het wordt al donker en ik wil niet langer dan echt noodzakelijk op deze berg blijven.”

Toen ze haar ogen opendeed, had ze even tijd nodig om het te begrijpen. “Je bent gevallen,” zei hij op zachte toon en hij streek liefdevol de haren van haar voorhoofd. “Tot nu toe was je onder zeil,” zei hij met tranen in zijn ogen. “Je was bewusteloos.” Hij had een brok in zijn keel. Hij wist niet goed wat hij moest zeggen. Eerst was hij verschrikkelijk geschrokken toen ze al spartelend ineens naar beneden was komen suizen. Bewegingsloos was ze als een ledenpop blijven liggen. Hij kon er niet achterkomen of ze iets gebroken had. Hij had haar achter moeten laten om hulp te gaan halen. Hij was met de helikopter mee terug gegaan en had aanwijzingen moeten geven om haar te kunnen vinden. Heel veel tegenstrijdigheden waren er door zijn hoofd gegaan. Uiteindelijk was er een wens blijven hangen. Wat er ook van mocht komen, als er maar duidelijkheid tussen hen kwam. Ook al zou dat betekenen dat ze uit elkaar gingen. Hij hoopte dat de schok haar zou doen inzien, dat er reden genoeg was om te trouwen. Dat in haar brein iets ineens op zijn plaats was gevallen wat tot nu toe scheef had gezeten. Als ze hem nou maar eens gewoon wilde begrijpen. “Ik voel mijn benen niet!” riep ze uit, waardoor hij uit zijn gepeins werd opgeschrikt. “Ik kan ze ook niet bewegen!” Tranen rolden over haar wangen. Ze wilde overeind komen maar dat lukte niet. “Rustig maar,” zei hij in een poging haar tot steun te zijn, maar in zijn geest spookte het rond als in een bijenkorf. Hij zou haar tot steun moeten zijn. Er werd een beroep gedaan op zijn trouw. Ruw waren zijn dromen verstoord. Ineens zag hij nu alles helder voor zich als op een overzichtsfoto. Als hij genoeg van haar hield, zou hij dat nu moeten bewijzen en kiezen voor haar en haar handicap, vanaf nu hun handicap. Het beeld nam steeds duidelijkere proporties aan en naarmate het helderder werd in zijn geest klaarde zijn stemming op en nam hij het besluit.

“We hebben onze foto, schat,” zei hij kordaat. “We gaan trouwen!” “Heb je een foto gemaakt op de berg?” , vroeg ze hem niet begrijpend. “Ik heb nagedacht over ons. Ik zag onze toekomst helder voor me. Ik dacht de laatste tijd dat we die niet meer hadden. Maar nu heb ik weer hoop!” “Hoe kan je dat nou zeggen? Juist nu alle hoop verdwenen is als sneeuw voor de zon!?” “Juist daarom!”  “Ik ben verlamd voor altijd en jij praat over onze toekomst!” “Jij bent nu veel te pessimistisch, nogal wiedes. Maar dat je verlamd blijft, staat nog niet vast. Je knapt heus wel weer op!” Hij merkte dat hij aan zeggingskracht won door de groeiende overtuiging in hemzelf en ook naar haar toe. Een klein boompje dat tot een krachtige boom wil uitgroeien als er maar een gezonde voedingsbodem voorhanden is. Gevoed werd hij nu door de nieuwe omstandigheden. Zijn boom groeide nu op een rots van tegenspoed. Een sterk teken. Zij wist dat hij gelijk had. Ergens diep in haar was haar vertrouwen gewekt door zijn zeker weten en de manier waarop hij dat uitsprak. Iets in hem was veranderd dat ook haar veranderde. Een gemis dat nu werd opgevuld van binnen waardoor ze helemaal verwarmd werd. En zij liet zich troosten en kroop weg in zijn wijd geopende armen. 1227 jn

U kunt hier een reactie plaatsen!