Sonnet 18 Schijngestalte

Sonnet 18

 

Schijngestalte

 

Uitgaande van deze werkelijkheid

Verliezen dromen hun lieflijkheid

Dat ik mezelf nog in de spiegel zie

Is te danken aan mijn fantasie

 

Mijn herinnering omsluit een luistergebied

Met in de verte klinkend een Alpenlied

Dat mijn leven slechts in gedachten bestaat

Is een koebel die voor me uit lawaait

 

Dat ik daarmee mezelf ontloop

Laat maar een klein restje hoop

Zodra ik hierna naar buiten ga

 

En weer op eigen benen sta

Zo dat echt ‘kannie waar’  mocht zijn

Verbergt mijn gestalte zijn schone schijn

 

Jan Nuyten/ jbm   88 wrdn

28 V 75/ 18 IX 2017  IMG_1546.JPG

U kunt hier een reactie plaatsen!